21 maart – De vriend

Niet op de zware bodem
waar bloed, afkomst en eed
oppermachtig en heilig zijn,
waar de aarde zelf optreedt
tegen misdaad en waanzin
en waakt over oeroude wetten,
ze met het zwaard handhaaft,
nee, mensen worden elkaars vrienden
uit onbelemmerde vreugde,
grenzeloze begeerte van de geest,
die geen eed of wet nodig heeft.

Naast het vruchtbare korenveld,
vol zorg en met eerbied bewerkt,
soms met bloed zweet en tranen,
naast de akker van hun dagelijks brood
laten mensen toch ook
de mooie korenbloem bloeien.
Niemand heeft haar geplant of begoten.
Weerloos groeit ze in vrijheid,
in vrolijk vertrouwen dat haar het leven
onder de hemelboog wordt gegund.
Buiten de stevige muren
van huwelijk, arbeid en leger
wil een mens ook vrij kunnen leven
en toegroeien naar de zon.
Niet alleen de rijpe vrucht,
ook de bloesem is prachtig.
Of de bloesem er is voor de vrucht
of de vrucht voor de bloesem,
wie zal het weten?
Toch zijn ze ons beiden gegeven.
Een kostbare, zeldzame bloesem,
ontsproten aan vrijheid van geest,
onbevreesd, speels, vol vertrouwen
in het uur van geluk,
zo is de vriend voor de vriend.

Als iemand de geest krijgt,
er geweldige ideeën in hem rijzen,
die zijn hart met moed vervullen,
kijkt hij de wereld ongedwongen,
regelrecht in het gezicht.
Als daar dan daden aan ontspringen,
terwijl hij worstelt als een eenling
en sterk en gezond het werk
dat aan het leven van een man
betekenis en inhoud geeft,
ja, dan verlangt de eenzame zwoeger
naar een verwante, begripvolle geest.

De geest wil vertrouwen zonder beper-
king.
Hij walgt van het kruipend gedierte dat leeft
in de schaduw van alles wat
deugt,
achterdochtig, nieuwsgierig, afgunstig.
Hij walgt van het gesis, de giftige tongen
van slangen
die het geheim van de vrije gedachte, het
zuivere hart
vrezen, haten en honen.
Zo wil de geest zich bevrijden van alle
huichelarij
en zich helemaal uiten aan een bekende,
zich met hem verbinden in vrijheid en
trouw.
Hij wil ja zeggen zonder jaloersheid,
aanvaarden, bedanken,
zich in die ander verheugen en sterken.

Dietrich Bonhoeffer, fragmenten, augustus 1944

========================================================

Onze samenleving is ingrijpend veranderd met alle maatregelen die er in verband met het tegengaan van de verdere verspreiding van het coronavirus worden getroffen. Social distancing, zonder je af, schud geen handen en hou 1,5 meter afstand van elkaar. Je doet het niet alleen voor jezelf maar voor het hele land.

Ben je jarig? Het is opeens niet meer vanzelfsprekend dat je je verjaardag viert met je vrienden. Een handdruk, een omhelzing…. Nu even niet. Maar vriendschap is ook op andere manieren zichtbaar en voelbaar. De wensen op een verjaardagskaart, een gedicht….

In het laatste jaar van zijn gevangenschap schreef Bonhoeffer het gedicht “De vriend” ter gelegenheid van de verjaardag van zijn goede vriend Eberhard Bethge. Een vriend is voor Dietrich iemand die “een trouwe bondgenoot is in de strijd voor vrijheid en menselijkheid”. Toen ze elkaar nog in vrijheid konden ontmoeten gingen ze samen sporten en musiceren. Tijdens de gevangenschap is er een briefwisseling tussen beide mannen waarin Bethge Bonhoeffer weet te inspireren met zijn vragen en manier van denken.

De derde strofe beschrijft dat mooi en meeslepend;

Als iemand de geest krijgt,
er geweldige ideeën in hem rijzen,
die zijn hart met moed vervullen,
kijkt hij de wereld ongedwongen,
regelrecht in het gezicht.
Als daar dan daden aan ontspringen,
terwijl hij worstelt als een eenling
en sterk en gezond het werk
dat aan het leven van een man
betekenis en inhoud geeft,
ja, dan verlangt de eenzame zwoeger
naar een verwante, begripvolle geest.
 

 De tekst in het werkboekje eindigt met de woorden:

Hij wil ja zeggen zonder jaloersheid,
aanvaarden, bedanken,
zich in die ander verheugen en sterken.

 

Ik hoop dat we ons ook in deze tijd verbonden voelen met God en met elkaar. Dat we elkaar een helpende hand kunnen bieden, dat de Geest ons kracht geeft elkaar te inspireren, te troosten en nabij te zijn.