20 maart: Op weg naar de vrijheid

pelgrimslied

Je komt de vrijheid op het spoor, trouw aan die ene stem, op zoek, geleid door hem, standvastig, kalm en onverstoord: geheim om uit te leven en uitzicht van Godswege.

Door wat je durft, in wat je doet, bezield door wat je drijft, gesterkt door wat beklijft, ga je de vrijheid tegemoet: het spel is op de wagen, je wordt door God gedragen.

Je hebt de vrijheid aangeraakt, niet verder reikt je kracht. De avond valt, de nacht. Maar hij die niet, die nooit verzaakt, hij zal het licht bewaken, je taak, je droom volmaken.

Wanneer de dood de muren slecht van jouw verstikt bestaan, dan breekt de vrijheid aan die met geweld je werd ontzegd. Gods oog doet je herleven, hij zal je vrijheid geven.

René van Loenen, liedtekst bij het gedicht van Dietrich Bonhoeffer – Melodie: Liedboek 121

 

Pelgrim zijn, dat zit niet zo in onze protestantse traditie. Wij gaan niet op bedevaart naar Wittem, Kevelaer, Rome of Lourdes. Ja, misschien naar Israël om Jeruzalem te zien. Vaker dan het op reis gaan, zingen wij uit Psalm 122 “Jeruzalem dat ik bemin, wij treden uwe poorten in”.

Voordat die oudtestamentische joodse pelgrims – misschien wel komend noordelijk van de Kaukasus – Jeruzalem bereikten, was er een tocht met flinke ontberingen. Tegenslag, een zware route, hoge bergen…. lees hun verslag in pelgrimspsalmen 120-135. Voordat ze op reis gingen namen ze Psalm 119 mee, ja die hele lange: fascinerend wat daar over God en beloften is gezegd, echt teerkost voor onderweg.

Daarom is het mooi dat de melodie van Psalm 121 is gekozen bij het gedicht Op weg naar de vrijheid.

Op die weg, verwijzend naar Bonhoeffer, “zucht je maar eens diep, legt de zaak, waarom het gaat stil en getroost in sterkere handen”.

En onze HEER deed dat zelf ook in Getsemane.

 

Wim Pullen