11 april: Gebed in grote nood

Heer God,
Ik zit diep in de ellende.
Zorgen drukken me loodzwaar op de borst,
ik weet niet meer hoe hier uit te komen.
God, wees genadig en help.
Geef kracht om te kunnen dragen
wat u op me afstuurt.
Laat de vrees mij niet in zijn greep krijgen.
Zorg als een vader voor mijn dierbaren,
vooral voor de vrouwen en de kinderen,
behoed hen met uw sterke hand
voor alle kwaad en voor alle gevaar.
Barmhartige God,
vergeef me alles, waar ik bij u
en bij mensen verkeerd heb gehandeld.
Ik vertrouw op uw genade
en geef mijn leven geheel in uw hand.
Doe met mij zoals het u behaagt
en zoals het goed voor me is.
Of ik leef of sterf, ik blijf bij u
en u blijft bij mij, mijn God.
Heer, ik wacht op uw redding en op uw rijk.
Amen.

Dietrich Bonhoeffer, november 1943

—————————————————————————————————–

Dit gedicht schreef Bonhoeffer toen hij al 7 maanden in de gevangenis zat.  Het gedicht doet mij denken aan psalm 130.

Deze psalm begint met : “Uit de diepte roep ik tot u, Heer”,  gaat verder met: “Ik zie uit naar de Heer” en eindigt : “Bij de Heer is genade, bij Hem is bevrijding, altijd weer”

Het is nu Stille Zaterdag. In deze 40-dagentijd is al veel gesproken, geschreven, gezongen, en overdacht.

Laten we nu maar stil zijn en niet te veel woorden meer gebruiken.

Daarom eindig ik met  het lied van de Taizé gemeenschap:

“Maar u weet de weg voor mij”

God, geef dat mijn gedachten gericht zijn op U.

Bij U is het licht, U vergeet mij niet.

Bij U vind ik hulp, ja bij U vind ik geduld.

Van uw wegen heb ik geen begrip, maar U weet de weg voor mij.

 

Hans van der Kruk