10 april: Gedicht “Avondgebed” van Corrie Kopmels en tekening Jeltje Hoogenkamp hierbij

Avondgebed
Corrie Kopmels

Mijn ochtend, mijn middag, mijn avond,
ik vouw ze op.

Dat het rumoer in mezelf
langzaam wegsterven mag.
Dat met de troostende geluiden
die de watervogels maken
ook de slaap zal komen.

Ik nestel me,
trek de nacht over me heen.

 

Het gedicht beschrijft de drukte van de dag, drie dagdelen: morgen, middag en avond en het verlangen naar rust.

De bijgevoegde tekening toont 3 vierkante panelen die elkaar deels overlappen: twee lichtgrijze panelen en één donkergrijze in het midden. Ik zie hierin de 3 dagdelen, waarbij het donkergrijze paneel de avond verbeeldt. In alle vierkante panelen zie je veel cirkels en lijnen. Cirkels verbeelden de volmaaktheid, de goddelijke wereld; vierkanten staan voor de mensenwereld. Dat de cirkels in de vierkanten zitten en niet de vierkanten in de cirkels, zegt mij dat dat God in de mensenwereld is gekomen en is. De lijnen in de tekening beelden voor mij de drukte van de dag uit. De dichter spreekt over het rumoer in mezelf.

In het middelste, donkergrijze paneel, zijn twee witte vierkanten zodanig over elkaar heen getekend dat ze een witte achthoek vormen. Ze vormen eigenlijk het sluitstuk van de avond. De achthoek, waarin je ook de overgang van vierkant naar cirkel kunt zien, verbeeldt de verbinding tussen aarde en hemel, de overgang naar een nieuwe en betere wereld.

Het gedicht van Corrie Kopmels spreekt over het verlangen naar de rust van de slaap. In het gedicht Avondgebed van Bonhoeffer spreekt hij over de vrede in de slaap onder Gods bescherming. Dit is wat de witte achthoek voor mij uitbeeldt: God is er met zijn vrede, midden tussen alle rumoer in onszelf en in de wereld in.

Dat wij ook elke dag zo mogen afsluiten: ons overgeven aan de God die er is, die vrede geeft en weer een nieuw begin.

 

Han Wijnberger